In 1926 lanceert de Haagse burgemeester Mr. J.A.N. Patijn het plan om in de buurt van Den Haag een vliegveld aan te leggen, Dat Schiphol moet overtreffen. Door de slechte economische groei in het begin van de dertigers jaren blijkt het plan echter vooralsnog niet haalbaar.
De oorsprong van Vliegveld Ypenburg ligt dan ook bij de Nederlandse sportvliegerij uit de jaren 1930, die grote opgang maakt. Voordat het latere vliegveld wordt aangelegd is het vooral een aantal zweefvliegers dat hun vliegsport beoefent op een wei land nabij de voormalige hoeve Ypenburg. Vliegveld Ypenburg komt uiteindelijk tot stand op initiatief van de Haagse Aëroclub voor Sportvliegers onder de bezielende leiding van de voorzitter de heer D.H. Reinders. De Rotterdamse Aero Club, de Nationale Luchtvaart School en de Koninklijke Vereniging voor Luchtvaart ondersteunen zijn initiatief.
Oprichting
De heer D.H. Reinders richt in 1935 samen met een aantal kapitaalkrachtigen de ‘N.V. Grondmaatschappij Ypenburg’ op. Ze kopen grond aan in de Hoge Broekpolder gelegen in de gemeente Rijswijk met het recht deze percelen als luchtvaartterrein te bestemmen. Het vliegveld wordt aangelegd voor de sportluchtvaart, maar men realiseert zich vanaf het begin, dat dit terrein gezien de gunstige ligging nabij Den Haag, als regeringscentrum, ook van belang is voor de commerciële luchtvaart.
Werkverschaffingsproject
Op 29 januari 1936 geeft de toenmalige minister van Sociale Zaken, M. Slingenberg, toestemming het grondwerk als werkverschaffingsproject uit te voeren. De Rijswijkse burgemeester mr. J.A.G.M. van Hellenberg Hubar steekt op 22 februari 1936 de eerste spade in de grond. De aanleg van het sportvliegterrein van ca. 930 bij 830 meter wordt in een half jaar tijd door werklozen uitgevoerd. Zij krijgen hiervoor een vaste uitkering van (omgerekend) € 8,71 per week en een toeslag van € 2,27 als ze de afgesproken hoeveelheid werk per week halen. De toegang tot Ypenburg komt te liggen langs de Rijksweg Den Haag – Rotterdam (de huidige A13).
Dijk en drainage
Het terrein wordt afgegraven en voorzien van een 78 kilometer lang drainagesysteem. Om het veld komt een dijk van 2400 meter lang en tien meter breed. De dijk doet tijdens vliegfeesten dienst als tribune en biedt plaats aan zeker 30.000 bezoekers. Ook leggen de bouwers een terras aan met een capaciteit van 3500 bezoekers. Aan de noordzijde is een autopaddock voor vijfhonderd auto’s gepland. Hiermee is Ypenburg even groot als de vliegvelden Amsterdam en Waalhaven bij Rotterdam.
Oprichting
De heer D.H. Reinders richt in 1935 samen met een aantal kapitaalkrachtigen de ‘N.V. Grondmaatschappij Ypenburg’ op. Ze kopen grond aan in de Hoge Broekpolder gelegen in de gemeente Rijswijk met het recht deze percelen als luchtvaartterrein te bestemmen. Het vliegveld wordt aangelegd voor de sportluchtvaart, maar men realiseert zich vanaf het begin, dat dit terrein gezien de gunstige ligging nabij Den Haag, als regeringscentrum, ook van belang is voor de commerciële luchtvaart.
Werkverschaffingsproject
Op 29 januari 1936 geeft de toenmalige minister van Sociale Zaken, M. Slingenberg, toestemming het grondwerk als werkverschaffingsproject uit te voeren. De Rijswijkse burgemeester mr. J.A.G.M. van Hellenberg Hubar steekt op 22 februari 1936 de eerste spade in de grond. De aanleg van het sportvliegterrein van ca. 930 bij 830 meter wordt in een half jaar tijd door werklozen uitgevoerd. Zij krijgen hiervoor een vaste uitkering van (omgerekend) € 8,71 per week en een toeslag van € 2,27 als ze de afgesproken hoeveelheid werk per week halen. De toegang tot Ypenburg komt te liggen langs de Rijksweg Den Haag – Rotterdam (de huidige A13).
Dijk en drainage
Het terrein wordt afgegraven en voorzien van een 78 kilometer lang drainagesysteem. Om het veld komt een dijk van 2400 meter lang en tien meter breed. De dijk doet tijdens vliegfeesten dienst als tribune en biedt plaats aan zeker 30.000 bezoekers. Ook leggen de bouwers een terras aan met een capaciteit van 3500 bezoekers. Aan de noordzijde is een autopaddock voor vijfhonderd auto’s gepland. Hiermee is Ypenburg even groot als de vliegvelden Amsterdam en Waalhaven bij Rotterdam.
De gebouwen
Het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt ontwerpt het stationsgebouw met verkeerstoren, administratieruimten, restaurant, dakterrassen en directiewoning. De inrichting van het stationsgebouw is ontworpen door binnenhuisarchitect J.F. Semey en uitgevoerd door de bekende Haagse meubelfabrikant de firma H. Pander & Zonen. Deze firma heeft overigens in Den Haag ook een vliegtuig fabriek onder die naam. In het stationsgebouw zijn ondergebracht de passagebureaus voor luchttoerisme van de KLM en de A.N.W.B., kantoorruimtes voor de havenmeester en de administratie, een douanekantoor en technische ruimtes. Deze laatste zijn van belang voor Rijkswaterstaat vanwege de zend- en ontvangstapparatuur. Het los staande gebouw van de Nationale Luchtvaart School wordt in 1939 geopend. Daarin zijn opgenomen kantoren voor de chef vliegdienst, de administratie en de instructeurs, leslokalen, een recreatieruimte en op de bovenverdieping slaapzalen voor een twintigtal leerling vliegers. De NLS verzorgt de opleiding van privé-vliegers en levert daarmee een belangrijke bijdrage in de verwezenlijking van Ypenburg.
Unieke, grote hangar
De hangar die gebouwd wordt, biedt plaats aan 25 à 30 toestellen. Hij is gebouwd met een voor die tijd unieke, geklonken, stalen spantconstructie. Hierdoor wordt voorkomen dat op het vloeroppervlak kolommen staan die een obstakel zijn voor de vliegtuigen. Door deze constructie kunnen ook zweefvliegtuigen onder het dak opgehangen worden. De hangar heeft een afmeting van 63 bij 24 meter met een hoogte van 10 meter en een deurhoogte van 5,50 meter. Aan de voor zijde ligt voor de vliegtuigen een verhard opstelplatform van 2000 m’. De hangar is in 1998 naar Hoogeveen overgebracht als onderdeel voor een nieuw te stichten historisch luchtvaartmuseum, dat echter niet van de grond is gekomen.
Sportvliegers en zweefvliegclubs
Op Ypenburg vestigen zich vier clubs voor sportvliegers: de in 1934 opgerichte Haagsche Aeroclub en de al eerder in 1926 opgerichte Rotterdamse Aeroclub. Beide verenigingen krijgen in het stations- gebouw hun eigen onderkomen. De Delftse Studenten Aeroclub (DSA) en de Zuidhollandse Vliegclub (ZHVC) vestigen zich er ook als sportvliegers. Eind jaren dertig trekt het zweefvliegen op Ypenburg veel aandacht van het bezoekende publiek. Dat komt vooral door de trainingen van het Olympisch zweefvliegteam, dat aan de Olympische Spelen van 1940 in Helsinki zal deelnemen. Sinds 1937 organiseert de Bond van Nederlandsche Zweefvliegclubs een jaarlijkse Nationale Zweefvliegdag op Ypenburg. Bij de spelen van 1940 is het zweefvliegen voor het eerst, en naar later blijkt ook voor het laatst, in het programma opgenomen. Door het uitbreken van de oorlog zijn deze Spelen afgelast. Bij latere Spelen is zweefvliegen niet meer als sport opgevoerd.
Opening
Op 29 augustus 1936 verricht de toenmalige minister van Waterstaat Jhr. Ir. O.C.A. van Lidth de Jeude de officiële opening van het sport vliegveld Ypenburg. In zijn openingstoespraak zegt de minister onder andere dat “Ypenburg de eerste luchthaven in Nederland is, waar sportvliegers heer en meester zijn, hetgeen niet uitsluit, dat het vliegveld als uitwijkhaven of als noodlandingsterrein, ja zelfs voor militaire doeleinden benut zou kunnen worden”. Tot de genodigden behoren prominenten uit het hele land en luchtvaartpioniers, zoals Minister Colijn, Marinius van Meel, Jan en Max Olieslager en Albert Plesman.
Vliegfeest
Bij de opening zijn verschillende historische vliegtuigen te zien zoals de Spin uit 1911: het eerste door Anthony Fokker ontworpen vliegtuig. Ook vliegt er een Fokker D-VII voor: een jachtvliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog. Na de officiële opening begint een drie dagen durend vliegfeest waaraan een twintigtal vliegtuigen uit binnen- en buitenland deelneemt. Duizenden bezoekers slaan de shows gade. De leden van een militair stuntteam van de Lucht Vaart Afdeling (LVA) onder leiding van kapitein-vlieger Van Weerden Poelman demonstreren met hun vijf Fokkers een escadrille. Uit België komt de beken de vlieger Jan Olieslager met een militair team om eveneens hun verbluffende kwaliteit in het formatie vliegen te tonen. Liefhebbers kunnen op het vliegfeest ook per KLM een rondvlucht boven Den Haag en Scheveningen maken. Voor de bezoekers is er speciaal een houten brug over de rijksweg gebouwd zodat zij veilig kunnen oversteken.
Luchtschip de Hindenburg boven Ypenburg
Voordat het vliegveld in gebruik is, vliegt het bekende, Duitse luchtschip de ‘Hindenburg’ op 1 juli 1936 al over Ypenburg. Is dit een toevallige ontmoeting? Zowel vanaf de grond als vanuit de ‘Hindenburg’ wordt uitgebreid naar elkaar ‘gekeken’. De indrukwekkende ‘Hindenburg is een luchtschip met een lengte van 246 meter. Hij is 42 meter breed en is uitgerust met vier motoren van elk 1200 pk; de maximum vliegsnelheid is 135 km/h. De ‘Hindenburg’ is op 6 mei 1937 bij de landing op de luchthaven Lakehurst in New Jersey in de Verenigde Staten verongelukt en in brand gevlogen.
Exploitatiekosten te hoog
Ondanks dat er druk ‘op’ Ypenburg wordt gevlogen, is het vliegveld als sportvliegcentrum niet rendabel te exploiteren. De rol die het op commercieel of verkeerstechnisch gebied speelt, blijft voorlopig vrij onbeduidend. Het accent ligt bij de exploitatie te nadrukkelijk op de sportieve tak. De N.V. Exploitatie Maatschappij Ypenburg komt telkenmale in ernstige financiële moeilijkheden en het is voornamelijk te danken aan de sportieve instelling van de heer Ir. J. E. F. de Kok, directeur van de Koninklijke Shell, dat Ypenburg niet wordt gesloten. Het blijkt noodzakelijk om naast de sportluchtvaart naar andere bronnen van inkomsten uit te zien.
Ypenburg- Batavia- Kaapstad
Ypenburg vervult toch al snel voor de commerciële luchtvaart een belangrijke rol. Vanaf de opening heeft de KLM een permanente vertegenwoordiging. Deze regelt vanaf Ypenburg een luchttaxi-verbinding met Schiphol en Waalhaven. De heren Hein Schmid Crans, chef instructeur van de Nationale Luchtvaart School en ir. J.E.F. de Kok, zijn beiden enthousiaste sportvliegers. Ze vliegen samen in 1937 met hun Havilland Dragonfly vanaf Ypenburg naar Batavia (Jakarta). In negen dagen vliegen ze heen en de terugtocht lukt in zeven dagen. Ook vliegen ze naar Kaapstad v.v.
Bron: Ypenburg Veroverd op de zee -Van vliegveld tot woonwijk 2005
